direct naar inhoud van Artikel 10 Wonen
Plan: Havens Stein
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0971.BPHavens-0003

Artikel 10 Wonen

10.1 Bestemmingsomschrijving
10.1.1 Algemeen

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. wonen;
  • b. ter plaatse van de aanduiding 'woonwagenstandplaats', het wonen in woonwagens.
10.1.2 Relatie dubbelbestemming en aanduiding

Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 19.2.

10.2 Bouwregels
10.2.1 Algemeen

Op de voor 'Wonen' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd:

  • a. woningen;
  • b. woonwagens, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'woonwagenstandplaats'.
  • c. de daarbij behorende bijgebouwen;
  • d. de daarbij behorende bouwwerken, geen gebouw zijnde.
10.2.2 Hoofdgebouwen

Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels:

  • a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd;
  • b. er mogen maximaal twee wooneenheden aan elkaar worden gebouwd;
  • c. de breedte van het bouwperceel moet per woning ten minste 7,5 meter bedragen indien twee woningen aan elkaar worden gebouwd en 10 meter indien een vrijstaande woning wordt gebouwd;
  • d. de voorgevel moet worden geplaatst in de naar de weg gekeerde bouwgrens;
  • e. de voorgevelbreedte moet ten minste 5,0 meter bedragen;
  • f. de goothoogte moet ten minste 4,5 meter en mag niet meer dan 6,0 meter bedragen;
  • g. de inhoud moet tenminste 300 m³ en mag niet meer dan 600 m³ bedragen;
  • h. het hoofdgebouw wordt afgedekt met kap, waarvan de dakhelling ten minste 20o en niet meer dan 45o mag bedragen.
10.2.3 Bijgebouwen

Voor het bouwen van bijgebouwen gelden de volgende regels:

  • a. bijgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak en ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' worden gebouwd;
  • b. de gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen per woning mag niet meer dan 70 m² bedragen;
  • c. het bebouwingspercentage mag ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' niet meer bedragen dan 40%;
  • d. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 3,0 meter;
  • e. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 5,5 meter.
10.2.4 Woonwagens

Voor het bouwen van woonwagens gelden de volgende regels:

  • a. het bouwen van woonwagens, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'woonwagenstandplaats';
  • b. het aantal woonwagenstandplaatsen mag niet meer bedragen dan 4;
  • c. de oppervlakte per woonwagen mag, inclusief aan- of uitbouwen en bijgebouwen, niet meer bedragen dan 120 m²;
  • d. per standplaats mag niet meer dan 1 woonwagen worden geplaatst;
  • e. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3,5 meter;
  • f. de hoogte van andere bouwwerken, niet zijnde erfafscheidingen, mag niet meer bedragen dan 3,0 meter;
  • g. de hoogte van erafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2,0 meter.
10.3 Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmetingen van de bebouwing ten behoeve van:

  • a. de woonsituatie;
  • b. het straat- en bebouwingsbeeld;
  • c. de gebruiksmogelijkheden in andere bestemmingen.
10.4 Afwijken van de bouwregels
10.4.1 Afwijken ten behoeve van dakhelling

Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 8.2.2 onder h. ten behoeve van een afwijkende dakhelling, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het straat- en bebouwingsbeeld en deze afwijkende dakhelling niet voorkomt over een groter gedeelte dan 30% van de oppervlakte van de woning.

10.5 Specifieke gebruiksregels

Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als:

  • a. zelfstandige bewoning van bijgebouwen;
  • b. detailhandel, horeca, kantoren en garagebedrijven;
  • c. ambachtelijke en/of industriële doeleinden;
  • d. groothandel;
  • e. seksinrichtingen;
  • f. agrarische doeleinden;
  • g. opslagdoeleinden, anders dan inherent aan het toegelaten gebruik.
10.6 Afwijken van de gebruiksregels
10.6.1 Afwijken ten behoeve van consumentverzorgende en ambachtelijke bedrijfjes

Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 10.5 onder c. ten behoeve van consumentverzorgende en ambachtelijke bedrijfjes , met dien verstande dat:

  • a. het betreft bedrijfsactiviteiten die vallen onder ten hoogste categorie 2 als genoemd in Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten, dan wel uit een oogpunt van invloed op het woon- en leefmilieu vergelijkbaar zijn met deze bedrijfsactiviteiten;
  • b. maximaal 33,3% van het vloeroppervlak van de woning mag worden gebruikt voor consumentverzorgende en ambachtelijke bedrijfjes, tot een maximum van 40 m² per bouwperceel;
  • c. geen afbreuk wordt gedaan aan het karakter van de buurt;
  • d. geen ontoelaatbare milieuhinder wordt veroorzaakt;
  • e. geen extra verkeersmaatregelen of parkeervoorzieningen noodzakelijk zijn, dan wel de activiteiten niet leiden tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte;
  • f. het gebruik een kleinschalig karakter heeft en zal behouden;
  • g. er geen zelfstandige vorm van detailhandel ontstaat, uitgezonderd beperkte verkoop, inherent aan de betreffende activiteiten.