direct naar inhoud van Artikel 12 Leiding - Leidingstrook
Plan: Havens Stein
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0971.BPHavens-0003

Artikel 12 Leiding - Leidingstrook

12.1 Bestemmingsomschrijving
12.1.1 Algemeen

De voor 'Leiding - Leidingstrook' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het transporteren van energie, gassen en vloeistoffen via leidingen alsmede voor het bedrijfsveilig functioneren van die leidingen.

12.1.2 Relatie dubbelbestemming en aanduiding

Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 19.2.

12.2 Bouwregels

Op de voor 'Leiding - Leidingstrook' bestemde grond mogen ten behoeve van de leidingstrook bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd, met dien verstande dat de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 2,0 meter.

12.3 Afwijken van de bouwregels
12.3.1 Afwijken ten behoeve van bouwwerken voor andere bestemmingen

Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 12.2 ten behoeve van de bouw van bouwwerken conform de overige voor deze gronden geldende bestemmingen, met dien verstande dat:

  • a. door deze bouwwerken, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige aantasting van de belangen van de leidingenstrook ontstaat of kan ontstaan;
  • b. alvorens de omgevingsvergunning wordt verleend advies wordt ingewonnen van de leidingbeheerder / directeur van het energiebedrijf.
12.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
12.4.1 Vergunningplicht

Het is verboden op of in de voor 'Leiding - Leidingstrook' aangewezen gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerk zijnde of werkzaamheden uit te voeren:

  • a. het aanleggen of verharden van wegen, paden of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;
  • b. het ontginnen, ontgronden, bodemverlagen of afgraven, ophogen en egaliseren van gronden;
  • c. het verrichten van graaf- en grondwerkzaamheden of het indrijven van voorwerpen in de bodem, dieper dan 0,30 meter;
  • d. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen in de bodem;
  • e. het aanbrengen van diepgewortelde beplantingen en/of bomen;
  • f. het vellen of rooien van houtgewas.
12.4.2 Uitzonderingen

Het verbod als bedoeld in artikel 12.4.1 is niet van toepassing, indien de werkzaamheden of werken bestaan uit:

  • a. normale onderhoudswerkzaamheden;
  • b. werken of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis;
  • c. het rooien of vellen van houtgewas, voor zover betreffende de normale uitoefening van het toegelaten bodemgebruik;
  • d. normaal spitwerk tot een diepte van niet meer dan 0,30 meter.
12.4.3 Toepassingscriteria

De werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 12.4.1 zijn slechts toelaatbaar indien:

  • a. door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen, de in artikel 12.1.1 omschreven doeleinden niet in gevaar worden of kunnen worden gebracht;
  • b. advies is ingewonnen bij de beheerder van de leiding.