Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: Heerstraat noord / Industrieweg
Status: vastgesteld
Plan identificatie: NL.IMRO.0971.BPHeerstraatnoord-0003

Artikel 6 Leiding - Gas

6.1 Bestemmingsomschrijving

 
De voor Leiding - Gas aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en) mede bestemd voor de aanleg, de instandhouding en bescherming van gasleidingen.

6.2 Bouwregels

 
Binnen deze bestemming mogen uitsluitend bouwwerken geen gebouwen zijnde ten behoeve van deze dubbelbestemming worden gebouwd. Voor deze bouwwerken geen gebouwen zijnde geldt dat de maximale bouwhoogte niet meer dan 2 meter mag bedragen, met uitzondering van straatverlichting, die mag worden opgericht tot een hoogte van 6 meter.

6.3 Afwijken van de bouwregels

 
Burgemeester en Wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 6 lid 2 voor het oprichten van bouwwerken conform de overige voor deze gronden geldende bestemming(en), mits door deze bouwwerken dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige aantasting van de belangen van de gasleiding ontstaat of kan ontstaan. Alvorens medewerking te verlenen aan de afwijking dient advies ingewonnen te worden bij de leidingbeheerder.

6.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

  1. Het is verboden op de tot Leiding - Gas bestemde grond zonder of in afwijking van een vergunning van Burgemeester en Wethouders (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden), de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren, die de veiligheid kunnen schaden of de continuïteit van de energievoorziening in gevaar kunnen brengen:
    1. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;
    2. het ontginnen, ontgronden, bodemverlagen of afgraven, ophogen en egaliseren van gronden;
    3. het verrichten van graaf- en grondwerkzaamheden of het indrijven van voorwerpen in de bodem, dieper dan 0,30 meter;
    4. het uitvoeren van heiwerken of het anderszins indringen van voorwerpen;
    5.  het aanbrengen van diepgewortelde beplantingen en/of bomen;
    6.  het vellen of rooien van houtgewas.
  2. Het onder artikel 6.5 lid a vervatte verbod geldt niet voor de werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden:
    1. welke betreffen het normale onderhoud en beheer van de gasleiding;
    2. die op het tijdstip waarop het plan rechtskracht verkrijgt in uitvoering zijn;
    3. voor werken of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis;
    4. voor het rooien of vellen van houtgewas, voor zover betreffende de normale uitoefening van het toegelaten bodemgebruik;
    5. voor normaal spitwerk tot een diepte van niet meer dan 0,30 meter.
  3. De werken en werkzaamheden als bedoeld onder artikel 6 lid 4 sub a zijn slechts toelaatbaar indien door die werken en werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige aantasting van de belangen van de gasleidingen en/of energievoorziening ontstaat of kan ontstaan. Alvorens te beslissen omtrent een vergunning als bedoeld onder artikel 6.4 sub a wordt het advies ingewonnen van de leidingbeheerder / directeur van het energiebedrijf;
  4. Overtreding van het bepaalde in artikel 6.4 sub a is een strafbaar feit als bedoeld in artikel 1a onder 2 van de Wet op de economische delicten.