Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: Kasteelpark Elsloo
Status: vastgesteld
Plan identificatie: NL.IMRO.0971.BPKasteelpark-0004

Artikel 4 Waarde-Archeologie 1

4.1 Bestemmingsomschrijving

 
De voor Waarde - Archeologie 1 aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, primair bestemd voor behoud en bescherming van de aanwezige of te verwachten archeologische waarden.

4.2 Bouwregels

 
Op deze gronden zijn nieuwe bouwwerken ten behoeve van overige aan de gronden toegekende bestemmingen slechts toelaatbaar, indien: 
  1. het bouwplan betrekking heeft op vervanging van bestaande bouwwerken waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en/of alleen de bestaande fundering wordt benut; 
  2. het bouwplan geen bodemverstorende activiteiten met zich meebrengt; 
  3. de oppervlakte van de bodemingreep kleiner is dan 250 m²;
en met dien verstande dat het Burgemeester en wethouders, dan wel een door deze daarvoor aangewezen partij, te allen tijde is toegestaan archeologische waarnemingen te doen ten tijde van de graafwerkzaamheden ten behoeve van bouwwerkzaamheden.

4.3 Afwijken van de bouwregels

 
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in 4.2: 
  1. voor het toestaan van bouwplannen waarvan de oppervlakte van de bodemingreep groter is dan 250 m² en de verstoringsdiepte meer bedraagt dan 40 cm beneden het maaiveld, mits op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad; 
  2. bij het afwijken zoals bedoeld onder a. kunnen Burgemeester en wethouders de volgende verplichtingen opleggen:

    1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieve funderingsmethoden, beschermende bodemlagen of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht;
    2. de verplichting tot het doen van opgravingen;
    3. de verplichting tot het begeleiden van de activiteiten waarvoor ontheffing is verleend door een archeologisch deskundige.

4.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

4.4.1 Verbod

 
Het is verboden op of in de gronden met de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 1 zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden van Burgemeester en wethouders de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren: 
  1. grondwerkzaamheden, waartoe worden gerekend het afgraven (ook het verwijderen van bestaande  funderingen), woelen, mengen, diepploegen, en het ophogen van gronden met meer dan 50 cm, alsmede het graven of vergraven, verruimen of dempen van sloten, en andere wateren en het aanleggen van drainage; 
  2. het tot stand brengen en/of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; 
  3. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen; 
  4. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, voet-, ruiter- of rijwielpaden, of parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakteverhardingen; 
  5. het aanleggen van nieuwe ondergrondse transport-, energie-, of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.

4.4.2 Uitzonderingen

 
Het verbod als bedoeld in 4.4.1 is niet van toepassing voor werken en werkzaamheden:
  1. indien de oppervlakte van de bodemingreep kleiner is dan 250 m² en de verstoringsdiepte minder bedraagt dan 40 cm onder maaiveld; 
  2. ingeval de bodem dieper dan 40 cm beneden maaiveld verstoord wordt in combinatie met een bodemingreep kleiner dan 250 m² als bedoeld onder a; 
  3. voor het rooien van laagstamboomgaarden, mits verstoringsdiepte minder bedraagt dan 50 cm onder maaiveld; 
  4. indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast; 
  5. indien de werken en / of werkzaamheden het gewone onderhoud betreffen, met inbegrip van onderhoud- en vervangingswerkzaamheden van bestaande riolen, bestratingen en beplantingen binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; 
  6. indien werken en werkzaamheden:
    1. reeds in uitvoering zijn ten tijde van de inwerkingtreding van het plan;
    2. archeologisch onderzoek betreffen;
    3. worden uitgevoerd op basis van een reeds verleende (omgevings)vergunning.

4.4.3 Voorwaarden

 
De in 4.4.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien geen onevenredige afbreuk
wordt gedaan aan het belang van de bescherming van de archeologische waarden, op grond waarvan de volgende bepalingen van toepassing zijn: 
  1. aanvrager dient een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van Burgemeester en wethouders in voldoende mate is zeker gesteld of geen archeologische waarden aanwezig zijn, tenzij naar haar oordeel de archeologische waarde in andere informatie voldoende is zeker gesteld. 
  2. aan de omgevingsvergunning kunnen de volgende verplichtingen worden verbonden;
    1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 
    2. de verplichting tot het doen van opgravingen, of de verplichting de activiteit die leidt tot bodemverstoring te laten begeleiden door een archeologisch deskundige.

4.5 Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk

4.5.1 Verbod

  
Het is verboden op of in de gronden met de dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie 1' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk, gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, of delen daarvan, te slopen.

4.5.2 Uitzonderingen

 
Het verbod als bedoeld in 4.5.1 is niet van toepassing voor sloopwerkzaamheden, welke ten tijde van het in werking treden van het bestemmingsplan in uitvoering waren dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde vergunning, vrijstelling, ontheffing of anderszins mogen worden uitgevoerd.

4.5.3 Voorwaarden

  1. aan het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in 4.5.1 kunnen de volgende voorwaarden worden verbonden:
    1. de voorwaarde dat de sloopwerken vanaf 30 cm boven het maaiveld en dieper worden begeleid door een archeologisch deskundige;
    2. de voorwaarde, dat indien tijdens sloopwerken vondsten van hoge waarde worden aangetroffen, hier terstond melding van wordt gemaakt bij Burgemeester en wethouders; deze kunnen in het belang van de archeologische monumentenzorg vervolgens aanvullende voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning.  
  2. alvorens te beslissen over het vaststellen van voorwaarden zoals bedoeld onder a. en/of b. winnen Burgemeester en wethouders bij een archeologisch deskundige schriftelijk advies in omtrent de vraag of door het verlenen van de omgevingsvergunning archeologische waarden kunnen worden aangetast en welke regels aan de omgevingsvergunning moeten worden verbonden.

4.6 Wijzigingsbevoegdheid

 
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd met toepassing van artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening het plan te wijzigen door: 
  1. op de verbeelding de dubbelbestemming Waarde – Archeologie 1 geheel of gedeeltelijk te doen laten vervallen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, dan wel er niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is; 
  2. aan gronden alsnog de bestemming Waarde – Archeologie 1  toe te kennen indien uit nader archeologisch onderzoek blijkt dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn; 
  3. de oppervlaktes en/of de dieptes als genoemd in dit artikel te veranderen en/of hier desgewenst een extra aanduiding voor op te nemen indien dat op basis van nader verkregen archeologisch kennis noodzakelijk en/of mogelijk is.